Het is een klassieker op de padelbaan. Je staat puffend en zwetend na een lange rally, kijkt elkaar aan en iemand zegt: “Euh, wat was de score ook alweer?” En dan begint het. “Volgens mij was het 30-15.” “Nee joh, we stonden toch gelijk?” Voor je het weet sta je met z’n vieren midden in de kooi te discussiëren over wie nu eigenlijk wat gescoord heeft. Intussen vraag je je af waarom je überhaupt zo hard hebt gerend voor dat punt, als niemand meer weet of het wel iets opleverde.
Geloof me, je bent niet de enige. Vraag het maar eens rond in de kleedkamer en negen van de tien spelers hebben er een anekdote over. Bij profs speelt dit minder, die zijn getraind in routine en etiquette, en bovendien is er vaak een scheids of een scorebord. Maar bij recreatief padel? Daar is het scoreprobleem zo oud als de sport zelf.











