Padel is de snelst groeiende sport ter wereld. In België alleen al telt Vlaanderen meer dan 106.000 actieve spelers en ruim 1.100 banen. Toch ontbreekt de sport nog steeds op het olympische programma. Hoe zit dat nu precies? En is er nog hoop?
Nee, padel is (nog) niet olympisch
Laat ons eerlijk zijn: padel was er niet bij in Parijs 2024, en zal er ook niet bij zijn in Los Angeles 2028. Dat staat vast. Voor de Spelen in LA werden cricket, honkbal/softbal, flag football, lacrosse en squash toegevoegd; sporten die al langer een sterkere internationale lobby hadden en eerder voldeden aan de strenge IOC-criteria.
Betekent dat slecht nieuws? Niet per se. Padel is namelijk wél op de radar van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). De internationale padelorganisatie FIP (International Padel Federation) heeft al de officiële ARISF-status verkregen, de erkenning als internationale sportfederatie door het IOC. Dat is de eerste, en cruciale, stap richting olympische toelating. De deur staat dus op een kier.
Wat heeft het IOC precies nodig?
Olympisch worden is geen populariteitswedstrijd. Het IOC legt de lat hoog en beoordeelt elke sport op meerdere criteria tegelijk.
De universaliteitseis is de zwaarste horde. Voor mannelijke atleten moet een sport beoefend worden in minstens 75 landen verspreid over 4 continenten. Voor vrouwen geldt minstens 40 landen op 3 continenten. Padel haalt die drempel vandaag nog niet, zeker aan de mannenkant niet. De sport is sterk aanwezig in Europa en Latijns-Amerika, maar in Azië, Noord-Amerika en Afrika is er nog veel terrein te winnen.
Daarnaast kijkt het IOC naar bestuurlijke stabiliteit. Padel heeft jarenlang geleden onder een verdeelde professionele structuur, met de World Padel Tour en Premier Padel die elk hun eigen weg gingen. Eén duidelijke, internationale koepelorganisatie is voor het IOC een absolute voorwaarde. Die consolidatie is volop bezig en dat is positief nieuws.
Verder tellen zaken als antidopingbeleid (via WADA), genderevenwicht in besturen, mediawaarde en de aantrekkingskracht op jong publiek. Op die vlakken scoort padel verrassend goed. De sport is snel, spectaculair, makkelijk te volgen op tv en trekt jonge sporters van alle niveaus aan, precies de ingrediënten die het IOC zoekt om de Spelen relevant te houden.
Brisbane 2032: het realistische mikpunt
De échte hoop ligt bij de Olympische Spelen van 2032 in Brisbane, Australië. Dat is geen wishful thinking, het is wat experts, federaties en insiders serieus naar verwijzen.
Waarom Brisbane? Ten eerste is er simpelweg meer tijd. Goedkeuring moet minstens zeven jaar vóór de Spelen plaatsvinden, wat voor 2032 betekent dat padel de komende jaren de nodige stappen moet zetten. Ten tweede organiseert het Australian Open tennis al een paar jaar een parallelle padeleddie, wat de zichtbaarheid van de sport in Australië vergroot. En ten derde ligt de beslissing mede bij het organiserende land zelf dat sporten kan voorstellen aan het IOC als optionele toevoegingen.
Als de FIP erin slaagt de internationale aanwezigheid fors uit te breiden en de bestuurlijke stabiliteit te bewijzen, is Brisbane 2032 een realistisch scenario.
Hoe zou padel op de Spelen er uitzien?
Even dromen mag. Als padel het olympische programma haalt, gaat het om een dubbeltoernooi-formaat net zoals tennis. Mannen- en vrouwendubbels, en mogelijk een gemengd dubbel. Dat past perfect bij het karakter van de sport en bij de IOC-focus op gendergelijkheid.
Een olympisch padeltoernooi zou ook de sport op een totaal nieuw niveau tillen voor landen zoals België. Nationale selecties, een nieuw competitiecircuit, media-aandacht die nu vooral bij voetbal of wielrennen ligt. Het zou padel definitief van ’trendy sport’ naar ‘gevestigde waarde’ brengen.
Wat kan jij doen?
Dat is misschien de mooiste kant van dit verhaal: olympische erkenning is niet alleen een zaak van bestuurders en federaties. Elke padelspeler draagt bij.
Speel competitie. Schrijf je in voor toernooien. Kijk internationale wedstrijden, want mediawaarde en kijkcijfers tellen mee in de olympische dossiers. En breng vrienden mee naar de baan, want hoe meer de sport groeit in landen die nog ondervertegenwoordigd zijn, hoe sterker het dossier van de FIP wordt.
Padel op de Olympische Spelen is geen hersenschim. Het is een droom met een stappenplan. En elke smash die jij zet, telt mee.

